Huisartsenwachtdienst: continuïteit der zorgen, een continue en solidaire zorg

In News4medi van 23 maart 2016 citeert Peter Backx uit het VBS-jaarverslag 2015.  Dr. Marc Moens relativeert hierin het gevaar dat huisartsen niet meer zouden meedoen aan de wachtdiensten. Dr. Moens zegt dat het een deontologische plicht is en een voorwaarde voor accreditering.  Met het MB van 24 december 2015 komt de verplichte wachtdienst voor huisartsen wel op de helling te staan.  Waar vroeger reeds de deur op een kier stond om als huisartsen geen wachtdienst te doen, zet Minister De Block met haar nieuwe MB de deur volledig open.  Er is inmiddels rechtspraak dat verplichte wachtdienst door huisartsen niet meer als een paal boven water staat en dat hiermee de accrediteringsregels van het RIZIV d.d. 13.12.1993 verder afbrokkelen.

In het wachtgebied Lebbeke-Denderbelle ondervindt men deze malaise aan de lijve.  Een huisarts zei eenzijdig de deelname aan de wachtdienst op met als gevolg dat de te kleine groep nog actieve collega’s deze wachten moet verzekeren en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld bij problemen of schuldig verzuim.  De niet-solidaire huisarts blijft volledig buiten schot.

Achillespees in deze ganse discussie is ‘de continuïteit der zorgen’  die moet worden verzekerd.  De niet-solidaire huisartsen blijven wel verwijzen naar de wachtdienst en de solidaire huisarts kan deze hulp niet weigeren.  Dr. Marc Moens juicht het MB van 24 december 2015 toe omdat hiermee de erkenningsvereisten voor de huisartsen worden gelijkgesteld met die van alle artsen-specialisten. Wachtdiensten e.d. worden bij deze doelgroep echter geregeld door de medische raden en ziekenhuisdirecties.    Hierop kan de huisarts zich dus niet beroepen.  En de deontologische code van de Orde der Artsen dan?  Het is onze ervaring dat de bevoegde provinciale kamers van de Orde der  Artsen een weinig doortastende, angstig weifelende houding aannemen.

Er wordt wel eens gezegd dat het huisartsenberoep een ‘roeping’ is.  Welke connotaties ‘roeping’ ook mag oproepen, de term refereert in elk geval naar ‘het hart van de zaak’.   Dit hart is onze betrokkenheid op onze patiënten.  Het is een betrokkenheid die maar ten volle mogelijk is mits een solidaire houding van collega’s,  ook ’s avonds, ’s nachts, in het weekend, bij eigen ziekte of vakantie.